mannen

1 Million

“Als hij me zou vragen voor een proefrit zou ik geen nee zeggen” dacht ik terwijl ik mijn hand langzaam over het glimmende zwarte koetswerk liet glijden.

Sportieve lijn en toch klassiek, precies zoals ik het graag zie. Ik maakte een rondje om de wagen en wierp een blik op het mooi afgewerkte lederen interieur. Op de passagierszetel lag nonchalant de gekende 1 Million parfumflacon van Paco Rabanne in de vorm van een goudstaaf.

Er gingen enkele dagen voorbij en plots was hij er weer. Ik wist het zeker want zijn parfum hing in de lucht. Het welriekende spoor leidde mij richting kantoor. En ja, door het raampje zag ik hem achter de pc zitten.

Ik klopte aarzelend aan, opende de deur op een kier en stak al snuivend mijn hoofd binnen.

“Hmmmm, 1 Million?” vroeg ik.
Het bleef stil, het leek even te duren voor hij doorhad wat ik bedoelde. Vervolgens keek hij me verwonderd aan.
“Els, hoe weet jij dat?”
“Het is één van mijn lievelingsgeuren, ik herken hem overal.”
“Enne……ik las ergens dat de keuze van je parfum iets zou zeggen over je persoonlijkheid….” vervolgde ik.
“O ja? Wat zou dat in mijn geval dan betekenen?”
“1 Million? Het zal niets met geld te maken hebben, vermoed ik” zei ik op een ironisch toontje.
“Wat dan wel?” vroeg hij.
Als je slijmt doe het dan meteen goed dacht ik bij mezelf en zei:
“Misschien ben jij er ééntje uit een miljoen?”
Er werd gelachen.

“De mijne is Angel” vervolgde ik snel.
Hij keek me aan met ogen waarin ik ongeloof kon aflezen.

Laat me met rust man!

Zucht…..hij is even de deur uit. Ik zie hem doodgraag maar soms zou ik hem op een kanon willen zetten en naar de maan schieten.

Mijn hoofd staat op barsten, ik ben verkouden, voel me ellendig en dan kan ik de vrolijke uitspattingen van mijn adhd man best missen. ’s Morgens staat hij al te dansen terwijl hij een kopje koffie zet. Ken je die bijzondere dansstijl van de zanger van Boney M nog? Wel Eric is er eentje van dezelfde soort, zelfde bouw, gelijksoortige bewegingen, een Duracell konijn dus. En dat is niet alles, zijn stem weerklinkt door het ganse huis wanneer hij uit volle borst “You’re My Heart, You’re My Soul” van Modern Talking meekweelt. Hij is vermoeiend, druk, van de hak op de tak,…

In normale omstandigheden d.w.z. als ik niet ziek ben heb ik weinig moeite met zijn druk gedoe en bewegingsdrang. Het is zelfs één van zijn eigenschappen waar ik in den beginne voor gevallen ben. Wat ik toen onderschat had was dat ik het af en toe moeilijk zou hebben om ons totaal verschillend karakter in de praktijk bij elkaar te laten passen. Na een drukke werkdag met een overdosis prikkels heb ik behoefte aan rust en hou ik me liefst in stilte bezig. Eric heeft na zijn werkdag nog energie te over. Zijn standaard vraag wanneer ik moe thuiskom is steevast: “En hoe ziet onze avond eruit, wat gaan we doen?” Ik gruwel van die vraag. Zwijg toch man! Ga weg! Stop met zingen! Laat me even met rust, ik zat de ganse dag in drukke winkels en in het drukke verkeer. Ik wil geen drukte, ik wil nu even alleen in mijn bubbel zitten! Back off!

De tijd die we samen vrij zijn een gezamelijke invulling geven blijkt moeilijker dan ik bij aanvang van onze relatie had gedacht. Hij wil vanalles en nog wat doen, ik wil rust. Dat is één van de redenen waarom we vier à vijf maal per jaar een korte vakantie nemen. Dan zijn we er volledig voor elkaar, geen AH klanten en -collega’s, geen Fietsen Eric klanten, alleen wij en de natuur. Je kan stellen dat de natuur ons bindmiddel is. De dagen tussen die korte vakanties is het geven en nemen. Eerlijk aangeven wat je wilt. Af en toe wat water bij de wijn doen. Eric kijkt al lang niet meer raar op als ik hem vraag “Moet je niet gaan fietsen?” of “Is het oké als ik niet meega?” Aan de andere kant doe ik ook toegevingen: een motorrit, samen naar de doe-het-zelf zaak, de hort op om een nieuwe fietscollectie uit te kiezen,….. kwestie van de kerk in het midden te houden.

Aan ons pensioen durf ik niet goed te denken. Iedere dag van ’s morgens tot ’s avonds samen…..gaat dat wel goedkomen?

Ik denk er sterk aan om als het zover is een prikkelarme woman cave in te richten. Met een slot op de deur uiteraard!

fantasie [fɑntaˈzi]

Ik hou van een man met handen aan zijn lijf, die de lappen vlees op de bbq gooit, die praktische oplossingen bedenkt, die in bed steeds de kant van de deur kiest om mij tegen eventuele indringers te beschermen.

Een man met een ruw kantje. Een man man. Geen flauwe grijze muis die helemaal opgaat in de massa. Nee, eentje die zijn nek durft uit te steken, een man met een eigen visie. Ik wil die ene ridder op het zwarte paard die mij uit mijn torenkamer komt bevrijden en vervolgens mijn hart verovert.

Ik hou van mensen die zichzelf durven zijn dus wat mij betreft mag hij er wat apart uitzien. Met baard en lang haar bijvoorbeeld.

Ondernemend, wilskrachtig, avontuurlijk en lichtjes eigenwijs, zo zie ik hem graag. Zijn zacht leidende hand zal ik ten zeerste weten te waarderen.

En niet te vergeten, hij moet in het bezit zijn van twee rechterhanden. Geen Roger van Brico type maar ook geen wannabe alphaman zoals Rambo. Iets tussenin lijkt me ideaal: krachtig, breedgeschouderd en praktisch ingesteld, een krak in het opknappen van klusjes.

Een beetje intelligentie mag hem ook niet vreemd zijn. Hij moet immers mijn handleiding kunnen lezen. En die is niet zo eenvoudig.

Uiteraard is hij in het bezit van een groot uithoudingsvermogen wat hem bonuspunten oplevert.

Als blijkt dat hij bovendien nog gezegend is met een lage, iets krakende stem heeft hij me in de kortste keren voor zich gewonnen.

Voor alle duidelijkheid, de titel spreekt voor zich….

Solanum melongena vs Cucurbita pepo

“Nee, ik ga wel alleen boodschappen doen, met de fiets ben ik zo terug”

Voor hij de deur achter zich dichttrok riep ik hem nog na: “Breng je ook wat groenten mee?”

Als teken van vertrek tikte hij in het voorbijrijden even op het keukenraam waarna hij met een flinke tred in de benen de straat uit fietste.

Ik wist wat er bij thuiskomst in zijn fietstassen zou zitten:

Een pot choco, een pakje spaghetti, spaghettisaus, een fles witte Porto, veel potjes kaasdessert, een blokje Parmezaanse kaas, een potje kip-curry, salami, gevulde St.- Jakobsschelpen, afbakbroodjes, tomaten, een bolletje Mozzarella,…

En met wat geluk deze keer ook groenten.

Afwachten maar.

Een half uurtje later stond hij met een lach tot achter zijn oren in de deuropening en stak, fier als een gieter, de meegebrachte groente in de lucht:

img_4498

“Kijk eens wat ik meebracht: een aubergine om vanavond te bakken.

Ik dacht even dat hij een grapje maakte maar zijn gezichtsuitdrukking verraadde dat hij het wel degelijk meende.

Aan mijn partners groentekennis valt duidelijk nog wat bij te schaven maar hij brengt me dagelijks aan het lachen en dat is veel waard in het leven!

 

P.S. Op zijn langs in 0,5cm dikke plakken gesneden, kruiden met peper en zout en grillen in de pan. Op dezelfde manier als aubergine 🙂 Eenvoudig, lekker en gezond, zo hebben wij het graag!

de moderne man op jacht

Zondagochtend, 8u….

Vooral op zondagochtend valt het op…voor het openen van de winkeldeuren staan ze bij bosjes aan te schuiven…..mannen gewapend met een boodschappenlijstje.

Voorlopig staan ze er nog rustig bij maar zo gauw de deuren geopend worden lijkt het oerinstinct in de mannelijke medemens naar boven te komen: tunnelzichtmodus wordt ingeschakeld en als echte jagers stromen ze de winkel in op zoek naar hun prooi. Ze hebben slechts aandacht voor één ding: dat lijstje in hun handen. Hun doel: dat lijstje  doelgericht, efficiënt en zo snel mogelijk afwerken.

“Efficiënt, doelgericht en snel” vertaalt de moderne man door het lijstje strikt van boven naar onder af te handelen. En daar wordt onder geen beding van afgeweken. Met als gevolg dat je ze van hot naar haar ziet lopen, ze doorkruisen voortdurend de ganse supermarkt.

Al gauw duikt het eerste probleem op. Waar vindt hij de boter?  Een toevallig passerende winkelmedewerkster komt als geroepen.

“Juffrouw, juffrouw, waar vind ik de boter?”

(meer…)

mannen van den bouw (2)

De parking was gelegen tussen enkele groezelig uitziende woonblokken. Het leek op een verzamelplaats van aftandse, gedeukte voertuigen.

Ik had nog even getwijfeld of ik mijn auto daar wel zou achter laten. Echt veilig leek dit niet… Tot ik aan de rand van de parking een bouwwerf zag. Denkend aan mijn vroegere goede relatie met de ‘mannen van den bouw’ en aannemend dat ze bewust of onbewust wel een oogje op mijn auto zouden houden parkeerde ik mijn voertuig vlak voor de bouwwerfomheining.

Na het beëindigen van mijn dagtaak, begaf ik me naar de parking waar ik mijn auto achtergelaten had.

Groot was mijn verbazing toen ik mijn auto niet terugvond waar ik hem achtergelaten had.

Een moment van twijfel….Had ik hem niet vòòr het hek achtergelaten? Ja toch? Nu bleek hij achter het hek te staan, midden op de bouwwerf. En hij stond toch op een parkeerplaats? Ja toch? Nu stond hij op een eilandje van klinkers, rondom was alle verharding weggegraven….

Dan pas viel mijne frank. De mannen van den bouw hadden de parking half opgebroken waardoor de bouwwerf vergroot was. Het hek was bijgevolg ook verplaatst.

Maar wat nu? Hoe moest mijn auto hier uit? Ik keek even in het rond. Wat verderop zat een bouwvakker op een graafmachine.

Van achter het hek riep ik hem toe:” hallo…dat is mijn auto…hoe kan ik hier wegrijden? De jonge getaande man keek me aan en maakte met een brede armzwaai duidelijk dat het hek open kon. In de veronderstelling dat hij het hek voor me zou komen openmaken stak ik goedkeurend mijn duim in de lucht en wachtte af.

Niet dus! Noppes! Hij bleef gewoon op de graafmachine zitten! …..Hij keek weer mijn richting uit en herhaalde zijn zwaaiend gebaar.

Kijk, ik vind het helemaal niet erg om ouder te worden maar dit was zo’n zeldzaam moment waarop ik 30 jaar jonger had willen zijn. Dan had hij ongetwijfeld van de graafmachine gesprongen, mouwen opgestroopt zodat zijn gespierde armen het best tot hun recht kwamen om mij vervolgens met veel plezier te komen helpen.

Ik begon vanbinnen te borrelen van woede, draaide me bruusk richting hek, stak stiekem mijn middenvinger op en mompelde ‘apenkop’ (=eigen scheldwoord ter vervanging van het s..t woord).
Dat luchtte op…

Mijn handen omklemden het hek en ik tilde het hek, wat best wel zwaar was, uit de betonnen steunvoet. Met een vlotte dit- kost- me- helemaal- geen – moeite uitziende beweging draaide ik het opzij.

Ik stapte mijn auto in en plop-plop, plop-plop reed mijn auto achterwaarts van het klinkereiland af door de opening in de omheining.

Auto in eerste versnelling, ik keek nog in de richting van de bouwvakker die inmiddels al vergezeld was van twee collega’s. Het drietal stond me zwijgend aan te staren.

Een duw op mijn gaspedaal, nog een fel overdreven zwaai en een brede glimlach hun richting uit en weg was ik.

Ik keek in mijn achteruitkijkspiegel, ze zwaaiden niet terug,…

geen roos zonder doornen

Indien we getrouwd zouden zijn zou je het een bron van echtelijke twist  kunnen noemen. Vermits Eric en ik niet getrouwd zijn hou ik het op ‘een kleine onenigheid’.

Het onderwerp van onze onenigheid is de klimroos in onze tuin.

Destijds had ik deze klimroos, Rosa ‘New Dawn’, zorgvuldig uitgekozen omdat het een sterke en overvloedig bloeiende lichtgeurende klimroos was. Ik kocht er meteen de Clematis ‘The President’ bij omdat ze, verweven met de roos, een prachtige combinatie zou vormen.

Wat ik hoopte werd werkelijkheid. Zowel de roos als de clematis zijn aanraders en vormen een prima combinatie.

Tot hiertoe waren ze elk jaar rond deze tijd  de trots van mijnen hof!

Tot nu.

Van de Clematis kan ik helaas enkel nog maar een in memoriam foto plaatsen. De plant werd door Eric inmiddels, per ongeluk?, gereduceerd tot een miserabel stengeltje van 20 cm.

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

En de roos?

Ik vrees dat ook haar einde nabij is.

‘Ik ga ze tot net boven de grond afknippen’dreigde Eric deze week nog. En hij meende het.

Zijn argument om over te gaan tot deze drastische ingreep slaat nergens op. De doornen zouden hem hinderen bij het snoeien van de klimophaag. En ook: ‘ik vind de kleur niet mooi, een roos hoort rood te zijn’. En ‘het is een warrige boel, niet netjes’.

Wat voor belachelijke argumenten zijn dit? Die slaan toch nergens op?

Okee, de roos heeft nu wel eens een snoeibeurt nodig maar het is en zal een rooskleurige prikkende klimroos blijven.

Wees maar zeker dat ik mij met mijn ganse lijf ten leden tussen de roos en de snoeischaar zal werpen om de roos te beschermen!

Ik had nochtans stilletjes gehoopt…. De rozenboog is toch een ideale plaats voor een huwelijksaanzoek?

Maar hij kan de pot op!

Als Eric dit leest en mij durft te vragen onder de rozenboog weet hij welk antwoord dat hij mag verwachten….