mezelf

mijn ziel

mijn ziel is een gesloten doos

vol onvervulde dromen, breekbare gevoelens

tranen en donkere gedachten

verborgen verlangens

schreeuwend om zich te uiten

wachtend op de volgende rush die hen weer tot leven brengt

in een wereld van aanvaarding

foto en tekst: Els, 10/2019

creatieve geest

Een creatieve geest hebben is iets wonderlijks. De gedachten die daar ontstaan zijn in mijn geval zeer vluchtig, ik doe er niet echt iets mee. Als excuus voer ik dikwijls tijdsgebrek aan.

Maar af en toe ontspruit er een idee dat ik laat rijpen en dat zich daadwerkelijk vertaald in een creatief project. Zoals het geval was met de toiletruimte in mijn vorig huis. Plotse inval, verf, verfborstel en een hoop geduld hebben tot dit geleid:

Wil je een andere creatieve uitspatting van mij zien? Kijk dan hier.

zwarte Lola

Ik had twee keer moeten nadenken voor ik de donkerbruine haarkleuring in mijn winkelwagentje legde. Nu is het te laat.

Naar mijn gevoel zie ik eruit als een oudere vrouw die er alles wil aan doen om jong over te komen, geforceerd dus. Het resultaat van de haarkleuring is wat donker. Wat zeg ik? Zwart, gitzwart…..

De reacties van de collega’s zijn erg uiteenlopend: de jonge collega’s zijn overwegend enthousiast, “keimooi Els”, van twee mannelijke collega’s kreeg ik te horen dat mijn ogen wel mooi uitkomen. En wat de rest denkt kan ik al raden.

Als ik in de spiegel kijk maken mijn gedachten een sprong in het verleden, naar mijn kleutertijd. Toen was dit liedje een hit en galmde het regelmatig door de radio. Het toen nog onschuldige Elske zong luidkeels mee, weliswaar zonder de betekenis van de tekst te kennen.

Mijn bijnaam heb ik alvast te pakken.

het water is veel te diep

Mijn grootste angst? WATER!!!

Voor zover ik mij kan herinneren heb ik altijd watervrees gehad. Ik ben als de dood om te verdrinken. Het idee dat mijn longen zich met water zouden vullen is erg beklemmend voor mij.

Een verfrissende duik, waterspelletjes, trekken en duwen in het water zijn niet aan mij besteed. Dan kan ik tot huilens toe in paniek geraken en wil ik kost wat kost weg uit die situatie.

In de lagere school gingen we zwemmen in het Leuvense zwembad. De chloorgeur, de imponerende hoge betegelde wanden en de gedempte geluiden in de grote inkomhal zitten nog steeds scherp in mijn herinnering. Ik wilde flink zijn maar vanbinnen was ik een heel bang vogeltje. In dat grote zwembad verdween ik dan ook steevast achter één van de grote pilaren tot het einde van de zwemles. Blijkbaar heeft niemand mij ooit gemist. Waar die punten voor L.O. op mijn rapport vandaan kwamen weet ik ook niet…..

Later, in de middelbare school, had ik als meisje natuurlijk een geldig excuus. Ik was de enige die bijna elke week haar regels had. Een oplettende lerares lichamelijke opvoeding zou toch opgemerkt moeten hebben dat ik zowat leeggebloed moest zijn zou je denken? Niet dus…

En toch heb ik uiteindelijk leren zwemmen, rustig op mijn eigen tempo. Zij het met een beperking: mijn hoofd steeds boven water.

‘Permanentslag’ noem ik het, naar de oudere dames die met het hoofd boven water zwemmen om hun gepermanent haar niet nat te laten worden.

mijn diepste ik

Ik heb een overwegend vrolijke persoonlijkheid en toch…. toch is er een andere Els die regelmatig de bovenhand neemt, de droeve introverte ziel.

Bijna niemand kent deze versie van mij. Ik hou hem angstvallig verborgen voor de buitenwereld. De oorzaak daarvan ligt in mijn opvoeding. Van mijn moeder heb ik geleerd om altijd positief te blijven en zo weinig mogelijk te klagen want “niemand hoeft te zien dat je het wat moeilijker hebt” en “je hebt het nog zo slecht niet, er zijn anderen die het veel slechter hebben”. Bijgevolg laat ik de donkere versie van mezelf onbewust  overschaduwen door mijn vrolijke kant.

De combinatie van beide versies in één lichaam voelt bij tijden vreemd. Soms weet ik het even niet meer en word ik, zonder aanwijsbare oorzaak, tussen beide uitersten heen en weer geslingerd. Ik wring me in duizend bochten om positief over te komen terwijl ik vanbinnen huil.

Uiteindelijk komt het altijd goed en ga ik weer de positieve kant op maar stel dat er een tijd komt dat ik aan de donkere zijde blijf hangen, dat ik er niet meer uitgeraak? Daar denk ik wel eens aan. Hoe diep kan ik gaan? Zou ik hulp vragen? Zou ik hulp aanvaarden? En gaat er überhaupt iemand voorbij mijn camouflagegedrag kijken en merken dat ik het moeilijk heb?

Let wel, dit is een zuiver hypothetische vraag die ik mezelf stel, ik voel me momenteel oké.

Ik ben me ervan bewust dat ik me geen zorgen hoef te maken over dingen die “zouden kunnen gebeuren”. Dat vreet alleen maar energie.

Maar toch spoken deze gedachten wel eens door mijn hoofd. Waarschijnlijk omdat ik het gevoel heb dat de schommelingen groter geworden zijn. Meer bepaald dat de dalletjes dieper geworden zijn.

Zal wel hormonaal zijn zeker? Vrouw… 54j……je weet wel…

‘t-is-zo-goe-as-da’k-et-gat-em

Natuurlijk ben ik blij dat ik na 54 jaar nog fris en dartel op deze aardkluit mag rondlopen. Dat daar een flinke portie geluk voor nodig was besef ik ten volle. En dat niet iedereen dat geluk gegund is besef ik ook.

Mezelf dat realiserende geniet ik elke dag van het leven. Waarom zou ik slechts 1 dag per jaar het leven vieren?

Laat dus die felicitaties, cadeautjes en obligatoir geknuffel gerust achterwege. Ik geef er niet om.

‘t-Is-zo-goe-as-da’k-et-gat-em!

YES, I did it!!!

img_8652
Badlaken en boek stevig onder de arm geklemd baande ik mij een weg tussen de tepeltjesgewijs geordende lichamen., lichamen zoals God ze geschapen had.

Buiten een eenvoudig bord dat midden op het strand neergeplant stond was er niets dat erop wees dat hier een bijzonder soort badgasten hun favoriete hobby aan het beoefenen was.

Het lavazand brandde onder mijn voeten toen ik op mijn tippen in snelle  pas over het strand liep. In mijn gebloemde jurk voelde ik me bekeken…. dus eigende ik me snel het eerste vrije plekje op het zwarte strand toe. Aan de kant weliswaar want zo zelfzeker voelde ik me niet.

Met een breed uitzwaaiend armgebaar ontvouwde ik mijn kleurig badlaken, maakte de knoop van mijn wikkeljurk los en liet hem van mijn naakte lichaam glijden om mij vervolgens in een recordtempo op het badlaken neer te ploffen. Snel mijn benen voor mijn bovenlichaam opgetrokken en een boek ter hand genomen als extra afscherming tegen gluurders. Dit gaf me de gelegenheid om mijn omgeving te observeren.

Werkelijk alle variaties van het menselijk ras waren vertegenwoordigd: van jong tot oud, man en vrouw, blank en minder blank, kaalgeschoren, netjes getrimd maar ook hele eksternesten (dames, over je bikinilijn hoef je jezelf dus geen zorgen te maken want die is er simpelweg niet), groot en klein, mager en zwaarlijvig en alle onderling denkbare combinaties.

Al gauw kon ik de naakte zonneaanbidders indelen in categorieën. Je had de overtuigde naturisten, volledig gebruind en zonder enige gène hun lichaam tentoonstellend. Velen onder hen met armen en benen wijd gespreid om optimaal van de zon te kunnen genieten. Niet altijd even aangenaam om te bekijken, dacht ik bij mezelf. Anderzijds had je de occasionele wit-bruin gevlekte naturist. En voor mezelf creëerde ik een derde categorie: de witte zonneklopper die helemaal niet houdt van braden in de zon maar zich openstelt voor een nieuwe ervaring.

Wat me aangenaam verraste was dat er niemand maar dan ook niemand naar mij gluurde. Geen man die stiekem over zijn krant keek, niemand die zijn zonnebril op zijn neus had laten zakken om vanuit een ooghoek naar mij te staren…dat bleken gelukkig fabeltjes.

De spanning vloeide langzaam weg uit mijn lichaam. Ik duwde mijn voeten voorwaarts in het warme zwarte lavazand, legde mijn boek terzijde en liet mezelf in een comfortabele rugligging zakken. Een frisse oceaanbries (blies door mijn haren dacht ik te schrijven maar voor lezers met veel verbeelding laat ik dat achterwege) koelde mijn opgewarmde lichaam….heerlijk! Het voelde een beetje als naakt zwemmen, ook zo’n fijn gevoel. Mijn ogen werden zwaar en ik doezelde even weg.

Toen ik mijn ogen opende lag er naast me een man die ik nog niet opgemerkt had. Ik voelde zijn ogen, hij zocht oogcontact. Ik keek hem vragend aan waarop hij reageerde:

“Zaten wij niet op hetzelfde vliegtuig?”

“Belgische?”

Ik knikte bevestigend.

“Jij bent Nederlander zeker?”

Hij knikte eveneens.

“Dat dacht ik al…”

Vervolgens draaide ik mijn hoofd in de andere richting en dacht: zwijg toch man, dit is het verkeerde moment, echt het verkeerde moment….