natuur

gewonigheid

Na een fysiek zware werkweek die bovendien volgepropt was met frustratie ben ik hoognodig toe aan een zondag- rustdag.

De opdracht van vandaag is eenvoudig, ze is gereduceerd tot gewoon ‘zijn’. Er moet niets. Alleen al het idee werkt bevrijdend.

Om in de gepaste sfeer te komen start ik de dag met een boswandeling. Doshi kijkt me vragend aan. Natuurlijk mag ze mee.

Het stevig wandelritme maakt dat ik mijn gedachten kan laten afdwalen. Ik kan bepaalde gedachten loslaten en er komt ruimte vrij voor nieuwe dingen. Zo voel ik de woorden voor dit blogstukje opborrelen en ben ik in staat mijn ergernissen van de voorbije week te minimaliseren. De sfeer van het bos voedt mij met energie. Ik voel mezelf opleven, wonderlijk toch, het effect dat de natuur op mij heeft.

Naast de gebruikelijke ontmoeting met enkele opgeschrikte reeën ontdek ik deze fragiele, bijna doorzichtige schoonheid waarvoor ik graag even door de knieën ga:

foto: Els, 27/10/2019 Vosselaar

Thuisgekomen kabbelt mijn dag op hetzelfde elan verder. Ik nestel mij op de zitbank voor het televisietoestel met een dienblad, een kilo spruiten en een glas Leffe. Ik start met het schoonmaken van de spruitjes, de zin om vandaag wat uitgebreider te koken bekruipt mij. Er is genoeg in huis om een lekkere maaltijd te bereiden. Ik bedenk wel wat, tijd genoeg vandaag.

Voor mij op de salontafel een stapel lakens die net uit de droogkast komen. Ik voel geen enkele verplichting om deze eerst netjes op te vouwen. Mijn blik reikt net hoog genoeg om boven de rommelige stapel de Zevende Dag te volgen. Doshi blijft mij vanuit de relaxzetel met haar typische Japanse blik gadeslaan. Vermoeid van de wandeling sluit ze even later de ogen.

Om Dirk De Wachter te citeren: “Het leven moet niet steeds fantastisch zijn, je moet vooral plezier hebben in gewonigheid.”

Zalig zij

foto: Els, 10/10/2019 El Chorro Spanje

Zalig zij de dagen van het nietsdoen,

de zon die mijn steeds koude lijf verwarmt,

de wandelschoenen die me naar de mooiste plekken brengen,

de dagen zonder het moet-gevoel,

het gedachtenloze lege hoofd waar eindelijk ruimte vrijkomt voor andere dingen,

de stressloze omgeving waar leven zo eenvoudig lijkt,

tot het besef te komen dat samen-zijn met partner en vrienden belangrijk is in het leven

de lange tafel die steeds rijkelijk gevuld is,

de afstand die ontstaat tot het dagelijks leven waardoor je dit met een nuchtere blik kan overschouwen,

de gezellige avonden samen, de gesprekken met veel lachen en af en toe een traan

de tijd die de letters, dansend in mijn hoofd, nu wel krijgen om samen te smelten tot woorden, tot zinnen, tot tekst

Amen


Ingrid en Dirk, Carine en Stef, Eric, Émilie dank jullie wel voor het fijne gezelschap die deze korte vakantie maakte tot eentje om in te kaderen.

B&B Casa las Olivas, Alora Spanje

some you lose, some you win

Het duurde amper tien minuten voor het zomerse zonnige weer omgeslagen was naar onheilspellend stormachtig. De hemel kleurde dreigend donkergrijs, de opstekende wind blies de laatste verdorde beukenblaadjes als mini tornado’s door de tuin. Striemende regen, leeglopende straten en in de verte waren kletterende weergoden te horen. Het leek de perfecte setting voor een Stephen King roman.

Ik stond twijfelend voor het raam, klaar voor Doshi’s avondwandeling. Aan Doshi’s oren te zien waren we het eens: het zou een verkorte versie worden.

Nog maar net de deur uit werd mijn aandacht getrokken werd door het sierboompje in de voortuin van de buurman. Door de windvlagen zwiepte het gevaarlijk heen en weer. Hoe kon het ook anders, zo’n fragiel stammetje, zonder steunpaal, en een volle kruin waar de wind vrij spel in had.

Ik zag het al gebeuren. Dat boompje had geen schijn van kans. Maar het was niet enkel het boompje dat op het spel stond.

Ik naderde en duwde met mijn vrije hand voorzichtig het dichte bladerdek open. En ja, gelukkig ze zaten er nog steeds: het product van het geflikflooi dat in het voorjaar op onze tuinschutting had plaatsgevonden: twee jonge duiven. Steun zoekend dicht tegen elkaar in een nest dat ze bijna ontgroeid waren.

Deze keer was ik vastberaden. Ik mocht niet dezelfde fout maken als toen. Deze duifjes mochten niet uit het nest vallen en door mijn nalatigheid overreden worden. Hoog tijd om actie te ondernemen.

Doshi had intussen het wijze besluit genomen dat dit geen weer was om een hond door te jagen en was, met haar oren dicht tegen haar kop gedrukt, naar huis gelopen.

Om wat tegenwicht te bieden aan de niet aflatende gierende wind drukte ik mijn lichaam stevig tegen de stam en ik keek in het rond. Drie meter verder stond een elektriciteitspaal.

“Had ik nu maar een touw.” De stam loslaten om thuis een touw te gaan halen durfde ik niet, dit zou het boompje ongetwijfeld fataal zijn. Gelukkig had ik mijn gsm bij de hand. “Eric, de duifjes…..je weet wel in de voortuin van de buurman….dat boompje gaat het begeven, kan je me een touw brengen?

Na het nodige duw- en trekwerk legden we het boompje door middel van het touw vast aan de elektriciteitspaal. Er restte ons enkel te hopen dat de kruin niet zou afknappen.

Drie dagen later keek ik met een voldaan gevoel naar de nok van ons dak. De inmiddels uitgevlogen jonge duiven zaten broederlijk/zusterlijk naast elkaar, ze hadden het stormavontuur overleefd.

*goed gevoel*

ik zag…en ik voelde

IMG_0104

Vanop de berg waar ik deze foto maakte had ik een wijds uitzicht over de toppen van de Franse Pyreneeën. Nergens een spoor te bekennen van iets wat door mensenhanden gemaakt was, in de verste verte geen huis, weg of medemens……

Ik was compleet overdonderd  door de indrukwekkende schoonheid van de natuur, voelde mezelf immens klein, één met de natuur, één met het leven. De oppervlakkigheid uit het dagelijks bestaan was verdwenen. Het leek alsof ik opgetilt was naar een diepere dimensie, dichter tot de kern van het leven, zo dicht dat ik hem bijna kon aanraken. Het gaf me een warm thuisgevoel.  Mijn aandacht was teruggeplooid op mijn diepste zuiverste ik. Ik was volledig in vrede met mezelf. Deze gewaarwording was zeer intens.

Het was zo’n aangenaam gevoel dat ik niet meer weg wilde uit die toestand. Misschien is dit gevoel wel te vergelijken met een soort meditatieve toestand waar ik ongewild in beland was? Eigenlijk heb ik er geen uitleg voor, maar het blijft bijzonder dit te mogen ervaren.

de strandgeit

Ons einddoel kwam in zicht, ingesloten tussen de rotsen ontvouwde zich een idyllische kleine baai. Keienstrand, glashelder water vol klein leven, de zon spiegelend op het wateroppervlak, prachtig!

Op het strand stonden een viertal onbewaakte rugzakken van collega backpackers die na de vermoeiende wandeling in het Tramuntana gebergte een verfrissende duik aan het nemen waren. Deze verborgen baai was immers enkel tevoet te bereiken.

Zonder aarzelen lieten we onze rugzakken over de schouders glijden en en stretchten onze vermoeide spieren. Een frisse duik hadden we nu wel verdiend. We kozen de afgeronde vlakke rots met een mooi uitzicht over de baai als rustplaats voor de komende uren. Eric verdween even achter de rots en kwam in zwemshort weer tevoorschijn om zich vervolgens, bijna huppelend over de keien ‘auw, ai, ai…’ richting water te begeven. Diegenen die mij kennen weten dat ik niet van water hou dus ik installeerde mij aan de rand van het rotsblok waar ik het leven in het water kon observeren: kleine tot middelgrote visjes, waterinsecten, schichtige garnaalachtige wezentjes, ik genoot.

Vanuit mijn ooghoek zag ik op het gebergte wat bewegen. Eerst was het nog onduidelijk om wat het ging: naderende wandelaars, dieren? Al gauw kwam er duidelijkheid, de contouren van een naderende berggeit tekende zich af tegen de rotswand. Vermits iedereen zich in het water aan het amuseren was bleek ik de enige te zijn die het beestje had opgemerkt. Ongelofelijk hoe behendig de berggeit zich van rots tot rots een weg omlaag richting strand baande. Stiekem had ik een binnenpretje omdat er zich in mijn hoofd een scenario afspeelde met de geit in de hoofdrol. Even dacht ik eraan om Eric uit het water te roepen maar deed dat bewust niet. Ik liet alles op zijn beloop en hield mijn fototoestel in de aanslag.

De berggeit was inmiddels op het strand aangekomen. En ze wist verdorie goed wat ze wilde, haar doel bevond zich midden op het strand.  Zeer rustig, alsof ze dit elke dag deed, vervolgde ze haar weg richting rugzakken. De mensen in het water hadden nog steeds niets in de gaten. De geit keek in het rond. Ik wist waar ze naar op zoek was: een geopende rugzak. Die vond ze ook, meerdere zelfs. Haar kop verdween volledig in de eerste openstaande rugzak. Een lunchpakket was haar eerste buit die volledig, met verpakking en al, in haar mond verdween. Daarna volgde een volledige banaan. In de volgende rugzak ving ze bot. Inmiddels kwamen de eigenaars van de rugzakken luid  roepend en hevig molenwiekend het water uitgerend. De geit maakte zich snel uit de voeten., maar ze gaf niet op. Dat ze niet mensenschuw was bewees ze door prompt mijn richting uit te stappen en me vanop 1m afstand te blijven aanstaren. Smeken is eigenlijk een gepaster woord. En aan de ogen van een smekend dier kan ik niet weerstaan. Ik stopte ze dus nog een banaan uit onze rugzak toe.

Plots besloot ze dat ze genoeg op had voor die dag en klom terug de berg op. Ik vermoed dat dit scenario zich elke dag met evenveel succes herhaalde.

de naakte waarheid

“Voel jij je op je gemak, zo in je blootje?” vroeg ik aan mijn partner die naakt naast me lag te zonnen. “Ik ben toch niet bloot” zei hij en trok de badhanddoek waarop hij lag tussen zijn benen omhoog. Ik moest erom lachen.

Vrouw zijnde heb ik niet genoeg aan een stukje badlaken om tussen mijn benen omhoog te trekken. Een vrouw heeft wat extra stof nodig. Bij die gedachte was er ongetwijfeld een glimlach op mijn gezicht af te lezen. Mijn gedachten gingen onverstoord verder.

Eigenlijk is de mens als wezen geen aantrekkelijk schepsel, dacht ik. Dit bevestigde nog eens het besluit waartoe ik gekomen was bij het observeren van mensen die langs me liepen toen ik eerder deze week, vanop een terrasje, mijn favoriete hobby beoefende.

Zeg nu eerlijk: heeft de mens, als wezen, iets waarmee hij kan pronken? Iets wat de moeite is om mee uit te pakken? We hebben haar noch pluim als lichaamsversiering. Die enkele verdwaalde plukjes haar worden we ook nog geacht weg te scheren of in model te brengen. Als we met ons lijf willen pronken moeten we onszelf smaakvol aankleden, make-up en juwelen dragen en het is tegenwoordig een must om regelmatig een bezoek te brengen aan de kapper, de nagelstyliste en de fitness. Als het effect van de bovenstaande kunstgrepen niet tot een bevredigend resultaat leidt willen we onder het mes. Wat wegzuigen, wat opvullen, wat krom is recht maken, je zegt het maar….dat alles omdat het oog ook wat wilt. Zonder dat zijn we hetzelfde lot beschoren als die andere met dat onversierde lichaam: de naaktslak die meedogenloos vertrappelt wordt….

En dan maar hopen dat we een goede indruk maken en dat anderen ons aantrekkelijk vinden. Ik hoor je denken…je kan toch pronken met je binnenkant, je goed hart, met je kennis, met mooie interessante woorden? Dat is larie, de eerste indruk maak je met je buitenkant en niet iedereen die je de eerste keer ontmoet kan daar door prikken. Stel je voor dat de mensheid blind zou zijn, hoevelen onder ons zouden dan nog een goede eerste indruk maken? De mens is gewoon erg visueel gericht.

Met een onderzoekende blik bekeek ik mijn naakte lichaam. In de hoop met een gebruind lichaam huiswaarts te keten nam ik de tube zonnecrème en wreef vervolgens factor 30 op mijn witte huid.

Eerlijk gezegd was ik toch liever een paradijsvogel met een kleurrijk vederkleed geweest.

mijn intuïtie zegt me…

Een paar vrije dagen, de natuur, een rugzak met wat proviand, wandelschoenen, iets om te schrijven en te fotograferen en verder niets…alleen met mezelf op pad. De ganse dag stevig doorstappen, hoofd leegmaken, aarden,….

Ik voel aan dat dit goed voor me zal zijn, dat ik er deugd van zou hebben. Mijn intuïtie vertelt het me. Maar het idee wordt niet enthousiast onthaald door mijn omgeving. Ook niet door mijn partner en mijn ouders die rationele denkers zijn.

“Een vrouw alleen in de bossen? Is dat niet gevaarlijk? Wat als er iets gebeurt?….”

Ik begrijp hun bezorgdheid hoor. Maar “als, als”… is er me teveel aan. Natuurlijk ga ik er alles aan doen om gevaarlijke situaties te vermijden. Maar het feit dat er iets “zou” kunnen gebeuren vind ik te ver gaan. Dan beweeg je jezelf ook niet in het Belgische verkeer. Dit argument zal me dus niet beletten om mijn tocht te maken.

Maar omdat ik het niet kan aanzien de thuisblijvers met een ongerust gevoel achter te laten is er een compromis gesloten. Het oorspronkelijke plan was een 7 daagse tocht in de Ardennen, overnachten in een tentje. Dit plan is momenteel afgezwakt naar 3 dagen in de vrij directe omgeving en overnachten in een B&B of hotel. Dat is toch een serieuze stap in de richting van de thuisblijvers, niet? En daar stel ik me (voorlopig 🙂 ) tevreden mee.

Intussen vraag ik me af: waar en wanneer is het nog mogelijk om je intuïtie te volgen in onze moderne tijd? Het feit dat intuïtie een onbewust proces is maakt het net zo een waardevolle raadgever. Het intuïtieve gevoel wordt door de levensjaren heen opgebouwd. Ervaringen en waarnemingen worden opgeslagen en vormen de vijver waaruit je intuïtie vist. Ik ben ervan overtuigd dat het  volgen van je intuïtie je een goed gevoel kan geven. Maar dit kan enkel als ze niet geblokkeerd wordt door emoties en rationele redeneringen.

Dus ik ga een keer heel egoïstisch zijn en ergens in juli op mini-trektocht vertrekken!

IMG_0502

 

 

achter de regenboog

Mijn blik dwaalt zoekend over de wegberm.

Het beeld van gisteren staat nog scherp in mijn geheugen.

In haar onvolgroeid vederkleed leek ze meer op een kaalgeplukte papegaai dan op een duif. Daar zat ze, hulpeloos tussen het hoge gras. In een poging om vooruit te komen spreidde ze haar vleugels. Ze maakte een piepend, bijna smekend geluid. In de veronderstelling dat haar ouders in de buurt waren besloot ik door te lopen.

Maar ’s nachts verscheen het beeld van het ontredderde duifje me weer voor de geest. Hoe had ik haar in hemelsnaam kunnen achterlaten? Zo harteloos ben ik toch niet… Ik was vastbesloten om het goed te maken. Ik zou dat duifje een kans geven. In gedachten sprak haar toe: “Volhouden kleintje, morgen kom ik je halen”.

Hier loop ik nu te zoeken naar mijn duifje. Ik wil haar graag een paar weken met veel liefde opvangen tot ze sterk genoeg is om te vliegen.

Maar dan moet ik ze eerst terugvinden natuurlijk. Het smekende gepiep van gisteren is niet meer te horen. Tussen het hoge gras kan ik ze niet vinden. De hoop om haar nog levend terug te vinden slinkt met de seconde.

Wat is dat daar op het midden van de straat? Ik stap dichterbij. “Laat het niet waar zijn hè” denk ik.

Mijn hart breekt….had ik maar…

Achter de regenboog vliegt ze nu…het duifje….in alle vrijheid en zonder zorgen…

img_4973