Spetter spetter spat, samen in bad

Die bewuste zomeravond was ik, zittend op mijn terras, getuige van een heuse date. Plaats van afspraak was het oude met water gevulde dienblad op het dak van het kippenhok. Een stelletje houtduiven moet gedacht hebben: “Spetter spetter spat, wat is er fijner dan een date in bad?”

Meneer duif nam het initiatief, trippelde naar het dienblad, ging eerst wat aarzelend op de rand zitten en wipte dan met beide poten in het midden van het water. Al snel gevolgd door, in zijn ogen, die knappe toet van een duivin. Ik begreep haar volkomen want meneer duif had immers een mooi territorium, met een steeds met zaadjes gevulde voederplank, een privébad en veel groen. Bovendien verdedigde hij zijn plekje constant tegen opdringerige soortgenoten. Wie zou er niet vallen voor zo’n stoere, mooi gevederde kerel?

Het ging er verrassend wild aan toe op die eerste date, van enige verlegenheid was geen sprake. Lekker dicht tegen elkaar aan, vleugeltje wrijf, het water spatte in het rond. Eens het wilde gespetter achter de rug en alle stof van het verenkleed gespoeld vond meneer duif dat ze klaar waren voor de volgende stap.

Het koppeltje verplaatste zich op één van de houten tuinschermen. Eerst nog even de pluimen gladstrijken.

Dan kwam het moment waarop zij al haar charmes in de strijd gooide. Ze liet haar vleugels wat hangen en trilde ermee, net zoals je wel eens bij jonge vogeltjes ziet die om eten bedelen. Ze ging wat dichter naast hem zitten boog haar kop afwisselend omlaag en omhoog. En het lukte! Hij propte zijn snavel in haar snavel, kolkte een paar keer wat voeding rechtstreeks in haar keel.

De maaltijd werd vrij direct gevolgd door een ongeremd liefdesspel. Een snelle wip…..en nog één…..en nog één…

Luid klapperend met zijn wieken vloog het mannetje weg, gevolgd door een ogenschijnlijk al even voldane duivin.

Inmiddels was mijn partner ongemerkt achter mij het terras opgewandeld, kuste me in de hals en vroeg: “Als we nu eens samen gingen douchen? Dan kunnen we daarna misschien iets gaan eten in het dorp?

Wetende wat er daarna zou volgen glimlachte ik…..

Wees een beetje meer Kippetje….

Negen jaar geleden kochten we drie kippen, bijzonder mooi gevederde Zaanse hoenders. Het verwerken van ons groenafval zou hun voornaamste taak worden. Af en toe een eitje waardeerden we als welgekomen extra maar was geen noodzaak.

De jaren gingen voorbij en twee van de dames kwamen onlangs jammer genoeg te overlijden. En nu rest er ons nog één kip.

Om het leed van het heengaan van haar zusters wat te verzachten hebben we beslist dat Kippetje recht heeft op enkele privileges die haar laatste jaren op aarde wat aangenamer zullen maken. Zo werd het poortje van de kippenren opengezet, Kippetje kreeg de vrijheid om naar believen in onze kleine tuin rond te scharrelen.

En wat blijkt? Het leven van Kippetje lijkt pas te beginnen na het overlijden van haar zusters. Kippetje heeft haar tweede levensadem gevonden. Ze kleurt lekker buiten de lijntjes. En dat mag je letterlijk nemen.

Over de schutting trippelen, door de dakgoot slenteren, zonnen op het dak van de buren, gezellig naast de duiven op de tuinschutting zitten, zaadjes pikken op de vogelvoederplank, mijn vriend verrassen met een bezoekje in zijn fietsenwinkel, regelmatig een daguitstapje in de straatberm….. Ondanks haar gevorderde leeftijd lijkt haar avontuurlijke geest de bovenhand te nemen. Bij het eerste licht in onze keuken komt ze uit het kippenhok en trippelt over het terras richting schuifpui waar ze tegen het raam komt tikken “Waar blijven mijn graantjes?” lijkt ze te vragen. Als de schuifpui open staat komt mevrouwtje gewoon de keuken ingewandeld. Ze zorgt dat we elke ochtend starten met een glimlach.

Ze geniet van haar extra vrijheid, laat zich niet kooien en heeft een gelukkige oude dag. En wie zijn wij om haar dat te ontnemen?

Misschien moeten wij allemaal een beetje meer zoals Kippetje zijn? Leef je eigen leven, eis je vrijheid op en laat je niet kooien….wedden dat er ons ook een gelukkig(er) leven wacht?

RX thorax voor dummies

“Je rug goed tegen de plaat drukken mevrouw.”

“Adem diep in ennnnnn…….. stop met ademen.”

“Je mag weer gewoon ademen.”

“Draai nu met je linkerzijde naar achter.”

“Dat is te ver, draai een beetje terug naar voor.”

“Nee, naar de andere kant mevrouw, draai met uw linkerzijde naar achteren aub.”

“Ik vroeg om terug naar voor te draaien, dus met jouw rechterzijde naar voor toe, oké?”

“Ja, perfect, even gewoon ademen, diep inademen ennnnn….. stop met ademen.”

“Je mag weer gewoon ademen.”

“Nu met uw linkerzijde naar achteren draaien.”

“Nee mevrouw, uw linkerzijde, u draait met uw rechterzijde.”

“Ja mevrouw, dat begrijp ik maar uw rechterzijde is mijn linkerzijde.”

Vervolgens met duidelijk geïrriteerde stem: “Maakt u het aub niet moeilijker dan het is!”

En daar sta je dan als coördinatiegestoorde vrouw, compleet verward van links naar rechts te schuifelen.

misschien

Misschien, op een vochtige herfstochtend, zal ik begrijpen

waarom mijn zoete zomerdromen wegdeemsteren met de gure herfstwind

waarom het bruine bladertapijt naar zomer-afscheid geurt

en de natuur stilaan sterft

Misschien begrijp ik dan

dat de herfst de stille boodschapper is

die ons de belofte van een groene lente brengt

de lente die zacht zijn levensadem in mijn hart zal blazen

Els, 09/2022

Robur op Den Eik

Na een druk seizoen in de camperverhuur was ik toe aan een rustigere periode. En die extra tijd heeft wat teweeg gebracht! Zo kwam ik tot het besef dat het leven dat ik leid slechts een oppervlakkige aaneenschakeling is van slapen, eten en werken. Geen ruimte voor verdieping, weinig voldoening, te weinig stiltemomenten wat ik als een gemis ervaar.

Ik besloot op zoek te gaan naar een zinvolle invulling van die noden. 

Me inzetten voor een goed doel leek me wel wat. Wel mits enkele voorwaarden: mijn voorkeur ging uit naar een lokaal goed doel, ik wilde iets betekenen voor anderen én ik moest er voor mezelf voldoening uithalen. Beetje egoïstisch misschien maar het ene compenseert het andere.

Men zegt dat wat voor jou voorbestemd is vanzelf op je pad komt….. 

Scrollend op mijn laptop werd mijn aandacht getrokken door een foto van een huisje.

Het waren de gebogen lijnen van het huisje die me intrigeerden. Het leek alsof het huisje haar bewoners omarmde, hoe geborgen moeten de bewoners zich voelen, was mijn eerste idee.

Daar zou ik me thuis kunnen voelen. Benieuwd naar de binnenkant klikte ik door. En wat bleek? Het huisje was verbonden met een goed doel.

Ik begon te lezen: “Robur op Den Eik is een stiltehuisje, een plekje om weer tot jezelf te komen, vooral voor mensen met een burn-out (of ter preventie ervan), en voor kunstenaars/schrijvers die aan hun project willen werken. En in periodes waarin het niet bezet is, kan Robur ruimte geven aan mini-workshops en bijeenkomsten die te maken hebben met rust, natuur, genezing en creativiteit. Als de kern maar (her)verbinding is!” Wauw, wat een mooi doel, dacht ik, en zo actueel….

Mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld, snel verder lezen…. Bleek het huisje op fietsafstand van mijn eigen huis te staan zeker? Ik klikte door…. Toen ik de vraag naar vrijwilligers voor een benefietweekend opmerkte kon mijn geluk niet op. Dit leek mij de perfecte kennismaking met het project. Dat kon geen toeval meer zijn!

En ja hoor, een paar dagen later vertrok ik, tentje op de fiets richting Robur op Den Eik, beetje onwennig en totaal niet wetend wat me te wachten stond. 

Eerlijk? De eerste dag leek het me een vreemde bende, die vrijwilligers. Ik had al snel door dat er verschillende mensen aanwezig waren die in hun leven één of ander trauma hadden opgelopen alsook mensen die niet meekunnen in de drukte van onze chaotische maatschappij. Dat leek mij vreemd, in mijn werkomgeving is het altijd van de vooruit, altijd presteren zonder aandacht voor jezelf en voor de medemens. Oogkleppen op en doorgaan….en hier was de sfeer ontspannen, geen druk voelbaar…

De openheid op Robur, de echtheid van de mensen en de manier waarop ieders persoonlijkheid aanvaard werd heeft mij aangegrepen. Iedereen was er gewoon zichzelf zonder (voor)oordelen. Er was geen geroddel over anderen, er werd geknuffeld, oprecht geluisterd….

Mijn taak tijdens het weekend werd snel duidelijk, ik zou de ‘voedster’ van Den Eik assisteren bij het bereiden van de maaltijden. Roerend in de soep observeerde ik en hield me op de achtergrond. Hier en daar ving ik flarden van levensverhalen en filosofische uiteenzettingen op…..fijn! Ik genoot in stilte en liet me meedrijven op de flow van het gebeuren.

Wat ik observeerde kwam vrij confronterend over, de sfeer die er hing was volledig anders dan de sfeer die zich de laatste maanden ongemerkt in mijn leven genesteld had. Schromelijk kwam ik tot het besef dat ik ‘de vreemde was’ en dat het mijn leven was dat op het verkeerde spoor zat. Ik kwam tot het besef dat ik hoe dan ook zou ontsporen indien ik op mijn huidig tempo zou verder leven. Het daagde me dat dit misschien het punt was om komaf te maken met mijn huidige levenswijze….

Het verhaal van Marieke, eigenares van Robur op Den Eik intrigeerde me, niets dan bewondering voor het feit dat ze volgens haar eigen overtuiging leeft. Een overtuiging die ik in mijn diepste binnenste met haar deel maar waarvoor ik mezelf te zwak acht om ze standvastig en zo doorgedreven in de praktijk door te zetten. 

De laatste ochtend met zijn allen rond de ontbijttafel was ik erg geraakt door de dankbetuigingen die tot mij gericht werden. Ik had het er moeilijk mee, op de één of andere manier was ik vergeten hoe ik op een oprecht gegeven compliment moest reageren. Gewoon aanvaarden door ‘dank u ‘ te zeggen werd me gezegd. De traantjes vloeiden, een oprechte dank je wel doet zo goed.

Besluit: het is waar, wat voor mij voorbestemd was kwam op mijn pad!

lieve lezertjes

Graag wil ik jullie vragen om onderstaande tekst is tot het eind te lezen. Enjoy!
Dank bij voorbaat.

Even vooraf zeggen dat het allerminst mijn bedoeling is om de taalpuritein te gaan uithangen, daar hebben we taalkundigen voor dat besef ik ten volle.

Dagelijks krijg ik te maken met uitdrukkingen, die sinds enige tijd ingeburgerd zijn in onze taal, waar mijn tenen zowaar gaan van krullen. Het is dus een zeer persoonlijke ergernis en waarschijnlijk zie jij, als mijn lezer, het probleem niet. Misschien ligt de oorzaak van de ergernis bij mezelf. Lees ik teveel tussen de regels? Sta ik niet open voor verjonging van de taal? Ben ik een pietje precies? Gewoon een zagemie?

Tegenwoordig wordt in berichten, in reclame, op social media iedereen met “lieve” aangesproken en dan liefst nog gevolgd door een verkleinwoord. “Lieve klantjes, lieve lezertjes, lieve kindjes”…..sommigen gaan nog een stap verder en overdrijven helemaal: “dag super lieve klantjes”….. Ik kan je zeggen, ervan uitgaan dat al jouw klanten lief zijn is echt een utopie!! Er zitten ongetwijfeld ook krengen tussen.

Een mail afsluiten met mvg, is dat niet wat gemakkelijk? Alsof de geadresseerde het niet waard is om “met vriendelijke groeten” voluit te schrijven. Of wil de schrijver er snel vanaf? Met vriendelijke groeten klinkt zoveel vriendelijker. Hetzelfde met hbd. Heb ik enkel recht op drie letters? Op mijn verjaardag wil ik ze graag alle dertien! En trouwens, wat is er mis met “gelukkige verjaardag”?

“Dank bij voorbaat” geeft mij ook de kriebels. Doorgaans wordt deze uitdrukking voorafgegaan door een vraag. Een vraag waar je op dat moment nog geen antwoord op kreeg, misschien ga je er zelfs nooit een antwoord op krijgen. En toch bedank je voor het antwoord. Waarom in godsnaam? Is dit niet een beetje voorbarig? Wil de vragende partij zichzelf de moeite besparen om achteraf een bedankje te sturen? In mijn beleving heeft “dank bij voorbaat” zelfs een dwingende bijklank. Ik begrijp het als “zorg maar dat ik een antwoord krijg want ik heb jou al bedankt”.

En dan zwijg ik nog van het te pas en te onpas gebruik van “ik heb zoiets van…”, het gebruik van “is” in plaats van “eens”, “u” wanneer het “uw” moet zijn, de infiltratie van onze taal door Engelse woorden waar wij prima Nederlandse alternatieven voor hebben bv. “enjoy” in plaats van “geniet ervan”…..”kids” in plaats van “kinderen”….

Ach, waar maak ik me eigenlijk druk om? In dit blogstukje zitten wellicht ook enkele fouten.

mvg, Els

schrijven

Losse, veelal betekenisloze gedachten vullen mijn hoofd. Ze malen en blijven malen, steeds opnieuw herkauw ik mijn gedachten. Ik kan me met moeite focussen op de dagelijkse bezigheden.

De druk in mijn hoofd neemt toe. Een dwingende schrijfdrang maakt zich meester van mij. Een overvloed aan woorden wil langs mijn vingertoppen ontsnappen. Ik ‘moet’ schrijven om de druk wat te verlichten. Maar het lijkt of de woorden de weg van de minste weerstand, namelijk richting papier, niet vinden. Ze vormen geen samenhangende zinnen, het zijn slechts flarden van gedachten. Ik kan de hoofdgedachte niet vinden en blijf staren naar dat lege blad.

Soms lukt het me wel en worden mijn woorden vertaald in logische betekenisvolle zinnen. Die op hun beurt samensmelten tot een tekstje. Dat geeft verlichting en ruimte in mijn hoofd.

Van zodra de woorden op papier staan is de cirkel rond en kan het ganse proces opnieuw van start gaan.

Maar vandaag lukt het even niet.

Of toch wel?

ouders

Mijn moeder

Ik kijk een laatste maal over mijn schouder en zwaai. In de avondschemering tekent zich bij het tuinpoortje een klein voorovergebogen silhouet af. Een opgestoken arm zwaait mijn richting uit. Op moederlijke toon worden me nog enkele lieve woorden toegeroepen. Mijn moeder, lief en zorgzaam zoals steeds.

Een paar stappen verder verdwijn ik uit haar gezichtsveld. In mijn gedachten zie ik hoe ze de sleutel van het tuinhek omdraait, hem haperend uit het sleutelgat haalt en naast de dakgoot aan het kleine vijsje hangt. Hoe ze de chronische rugpijn verbijtend, met haar hand steunend tegen de huisgevel de weg over het tuinpad richting achterdeur verderzet. Hoe ze zuchtend van de inspanning naast mijn vader in de zetel neerploft. Zwijgend neemt ze de woordzoeker van de salontafel en probeert haar gedachten te focussen.

Mijn vader

Door het grote raam aan de voorzijde van het huis zie ik hem zitten, onderuitgezakt naast mijn moeder. Zijn bijna apathische blik gericht op het televisietoestel. Dringt de werkelijkheid nog tot hem door? vraag ik me soms af. Hij zwijgt, hij is geen prater. Zijn ogen zijn wazig, niet meer zo helder dan voorheen. Hij is slechts een schim van wat hij ooit geweest is. De door iedereen graag geziene grappenmaker is een stille dood gestorven, Parkinson heeft zich meester gemaakt van zijn lichaam.

Ik

Nog enig kind zijnde maak ik me zorgen. Zorgen over de toekomst van mijn ouders.

De woorden die ze net uitspraken hebben me geraakt: of ik als vertrouwenspersoon hun wilsverklaring voor euthanasie zou willen invullen….

Heb ik hen eigenlijk al eens gezegd dat ik ze graag zie?

de platte mus

Met een eerste keurende blik richting het nieuwe bakkerijmeisje zag ik het al: dit was weerom een platte mus. Vergeef me het vooroordeel maar mijn eerste indruk laat mij zelden in de steek. Uiteraard zou ze de mogelijkheid krijgen om me het tegendeel te bewijzen. Eigenlijk hoopte ik dat ook want we hadden dringend nood aan een nieuwe medewerker op de broodafdeling van de supermarkt. Enthousiast ging ik van start met de opleiding van het meisje. De eerste dag probeer ik het altijd wat luchtig te houden en de nieuwelingen niet te overdonderen met teveel verschillende taken.

“Dat fitnessabonnement kan je alvast stopzetten” zei ik terwijl ik demonstratief een bruine bakkerskrat met 5 kg brood van een torenhoge stapel nam. Het frêle studentje keek me vragend aan. ‘Wel ja, om op de bakkerijafdeling te werken moet je niet enkel goed kunnen nadenken, je moet ook fysiek in orde zijn. Bakplaten in en uit de oven schuiven, dikwijls boven schouderhoogte werken, in de diepvries werken, volle kratten met producten stapelen, de ganse dag op je benen, veel draaien en keren op een kleine oppervlakte,….dat alles maakt dat het fysiek best een zware job is’ vervolgde ik. ‘Maar als je het wat tijd geeft dan went de fysieke inspanning. Meer nog, je zal er zelfs voordeel uit halen: je gewrichten zullen soepel blijven en gaan sporten zal niet meer nodig zijn. Dus weg met dat fitnessabonnement!’ Ze moest erom lachen. De spanning die een eerste werkdag met zich meebrengt ebte weg en maakte plaats voor een gemoedelijke sfeer.

Maar het lachen is haar gauw vergaan. De rest van de dag heeft het kind echt haar best gedaan maar het mocht niet baten, ze stond aanhoudend te zuchten en te puffen.

De dag nadien is de nieuwe medewerkster niet meer komen opdagen…..via het interimbureau kregen we te horen dat ze de job niet meer zag zitten……pffff, de zoveelste platte mus….