hier ga ik solliciteren

img_5859

foto: Els, Retie 07/2018

 

Advertenties

al 30 jaar bewijs ik het

img_5878 Dit jaar ben ik 30 jaar in het bezit van mijn rijbewijs.

Reeds 30 jaar trotseer ik het verkeer en het Belgische kromdenken wat betreft verkeersveiligheid.

Mijn eerste deelname aan het verkeer moet van zo’n 53 jaar geleden dateren.
Vanuit een kinderkoets, aangedreven door de benenwagen van mijn moeder, mocht ik voor het eerst deze wonderlijke wereld aanschouwen.

Dan was er mijn ‘doortrappertje’ met zijwielen.
Ondertussen bleef het kind groeien en noodgedwongen werd er regelmatig overgeschakeld naar een groter fietsmodel.

Tot de dag dat ik na vele mislukte examenpogingen mijn rijbewijs op zak had. Met een deel van mijn eerste loon kocht ik een 12 jaar oude Toyota Corolla waar ik 3000 frank aan uitgaf.

Een eerste auto is als een eerste lief, dat vergeet je nooit. De slippende koppeling, de krakende portieren en de roestvlekken op het koetswerk, het had allemaal zijn charme. De Toyota had mij 2 jaar rijplezier opgeleverd toen ik hem voor 2000 frank van de hand deed. Mijn oude Toyota heeft gedurende de 30 daaropvolgende jaren vele opvolgers gekend.

Maar eerlijk gezegd, een auto is en blijft voor mij een gebruiksvoorwerp dat ik zeker niet ga adoreren. Mijn auto ziet er dus niet altijd spic en span uit, heeft hier en daar een krasje en als ik passagiers wil vervoeren moet ik eerst de rommel van de achterbank ruimen.

En mijn rijbewijs, ja….dat is na 30 jaar dringend aan vervanging toe!

eerlijk over mezelf

Onverschilligheid, er valt wat over te zeggen…vooral op persoonlijk vlak:

Het cliché zegt dat vrouwen empatische, zorgzame en emotionele wezens zijn, zichzelf steeds wegcijferend en steeds met een luisterend oor.
Als ik er over nadenk kom ik tot de conclusie dat ik geen cliché vrouw ben.
Ik vertoon meer onverschillig gedrag dan de gemiddelde vrouw.
Dit terwijl ik vanbinnen wel empatisch ben. Een beetje tegenstrijdig, niet?

Teveel empathie kan bij mij tot emotionele overbelasting leiden. Ik geraak overstuur door een overdosis aan drama en emoties. In die emotionele chaos verlies ik overzicht over het geheel en ik ga eronderdoor. Dan duik ik mijn denkbeeldige put in.

Tijdens mijn jeugdjaren ging ik dikwijls mijn depri-putje in maar door de jaren heb ik bij mezelf een filter ingebouwd. Van mensen uit mijn directe omgeving hoor ik wel eens dat ik een soort muur heb waar ze niet over komen.
En dat is zo, ik laat niemand toe binnen de muur die ik opgebouwd heb rond mijn innerlijke rust. Want die laat ik niet graag verstoren. Niet door anderen, niet door gebeurtenissen in mijn dagelijks leven.

Situaties, ervaringen en gebeurtenissen waar ik niets aan kan veranderen blijven achter de muur. Oorlogen, het weer, verkeersslachtoffers, zieke kinderen, natuurrampen,…Het lijkt hard maar als ze niet in mijn directe omgeving plaatsvinden ga ik daar geen aandacht en energie insteken. Die tijd en energie gebruik ik liever voor dingen waar ik wel het verschil kan maken. Ik accepteer het leven zoals het zich ontvouwt en apprecieer het. Idealen en doelen komen vanzelf op mijn pad als de tijd er rijp voor is.

Dat druist sterk in tegen de opvoeding die ik heb genoten. Die zegt dat ik een helpende hand moet bieden aan diegenen die het nodig hebben. Het kan egoïstisch klinken maar soms heb ik mijn handen vol om mezelf boven water te houden.
Je kan het vergelijken met het gebruik van de zuurstofmaskers aan boord van een vliegtuig. Zorg eerst dat je zelf jouw zuurstofmasker opzet, dan pas kan je de zwakkeren helpen.

Ook zaken in mijn nabije omgeving zoals feestjes, verjaardagen, cadeaus zeggen me niets, dikwijls tot verbazing van mijn omgeving. Verjaren doe je elke dag en elke dag is er een reden te vinden om het leven te vieren. Een schouderklopje, een compliment, een bemoedigend berichtje zomaar uit het niets, zijn voor mij van veel grotere waarde.

Dingen die misschien zouden kunnen gebeuren laten mij ook onverschillig. Natuurlijk doe ik er alles aan om negatieve dingen te voorkomen maar daar stopt het. Ik probeer mijn aandacht in het nu te houden. Ik hou niet van de gedachte “wat als dit of dat zou gebeuren…”

De normale gang van het leven kent ook enkele gebeurtenissen waar ik naar de buitenwereld toe onverschillig overkom. Zoals kinderen die het nest verlaten, de geboorte van een kleinkind…. dat wil niet zeggen dat ik niet trots ben op mijn kinderen of niet van hen hou. Ik wil enkel zeggen dat ik er mijn eigen leven niet voor overhoop ga zetten. Als ze raad of hulp nodig hebben zal ik echter de eerste zijn die klaarstaat. Ik respecteer steeds de stelling dat het hun leven is en dat mijn kinderen niet mijn bezit zijn.

Kortom, er zijn veel situaties waarin ik door de buitenwereld als koel en onverschillig word ervaren. Eigenlijk kan je wel stellen dat ik selectief onverschillig ben.

Het allerlaatste wat ik ga doen is me nep voordoen om bij anderen in de gratie te vallen.

Ik ben zoals ik ben: soms koel, soms warm en meelevend.
Misschien zit er wel een grond van waarheid in de volgende quote:

The women with the highest walls have the deepest love

de zonde

Unknown

Haar blik dwaalde door de schaars verlichte hotelkamer om vervolgens halt te houden ter hoogte van het raam. De avond was jong, het felle zonlicht had plaats gemaakt voor een zachte oranje schemering die de kamer binnendrong. De gordijnen waren geopend maar er was geen inkijk mogelijk.

Nonchalant leunend tegen de de deurstijl van de badkamer observeerde ze hem. Hij zat op de rand van het bed. Zijn ogen staarden in de geopende nachtkastlade, hij was zo diep in gedachten verzonken dat hij haar niet onmiddellijk opmerkte.

Ze kuchte even.

Alsof hij zich betrapt voelde gaf hij de nachtkastlade een flinke duw zodat deze met een luide plof dichtgleed. Vervolgens  richtte hij zijn hoofd op en glimlachte verlegen in haar richting.

Op de nachttafel twee glazen van haar lievelingsaperitief, rode Martini met ijs. Hij nipte nog even aan zijn glas. Er klonk zachte muziek op de achtergrond.

Vol bewondering keek hij haar aan…. het licht, komende uit de badkamer, tooide haar welgevormde lichaam in een heldere aura. Hij zag het silhouet van een mooie, slanke vrouw. Haar taille was duidelijk zichtbaar door het zwarte niemendalletje. Haar lange haren, die ze net met een zwierige beweging losgemaakt had,  vielen los over haar schouders. Ze leek een engel. Net als de engel op zijn lievelingsschilderij in de abdijkapel waar hij tijdens de ochtendviering zo gefascineerd kon naar zitten kijken. Mijn God, wat zag ze er aantrekkelijk uit.

Even twijfelde hij…zou hij wel…?

Maar wat had hij uitgekeken naar deze avond. Eindelijk samen. De eerste avond die ze  samen zouden doorbrengen. Meer nog, de eerste maal dat hij een naakt vrouwenlichaam zou zien en aanraken. Porno had hij al meer bekeken, stiekem, op zijn laptop in de kaasrijperij van de abdij. Want dat was zijn werk, de rijping van de kaasbollen opvolgen. Maar dit was geen pornofilm, dit was geen wilde droom, dit was een echte vrouw….en bovenal ze wilde hem…ze wilde hem volledig.

In zijn fantasie had hij deze avond al meermaals beleefd. Hij wist precies hoe het zou gaan, hoe hun  lichamen elkaar in zonde zouden vinden. Hij had plannen gemaakt over de manier waarop hij het zou aanpakken…hij huiverde even bij het idee dat hij op het punt stond de grootste zonde in zijn leven te begaan.

Maar wat had hij zin in haar. Zijn besluit stond vast, ja, dit wilde hij echt…Hij voelde zijn  hart bonzen van spanning.  Zou zij dat merken?

In gedachten overliep hij zijn plan…het moest lukken…

Hij keek haar glimlachend aan, stond op en stapte met gestrekte armen haar richting uit. Zij legde voorzichtig haar handen in zijn naar boven gerichte handpalmen.

Er werd geen woord gesproken, de lucht was erotisch geladen.

Ze voelde hoe zijn grote, stevige handen de hare zacht omklemden, alsof ze breekbaar waren. Dat gaf haar meteen een veilig gevoel, een geborgenheid die ze lang niet meer had gevoeld. Ze was bereid zich volledig te geven.

Hij leidde haar naar het bed. Voorzichtig trok hij haar dichter naar hem toe….hun lichamen raakten elkaar…een siddering als een lichte elektriciteitstoot liep van onder tot boven over zijn lichaam. Hij liet zijn handen zacht over haar rug glijden.

Ze werden beiden overspoeld door gevoelens van begeerte…even leek het zelfs dat hij beefde van verlangen…hij had verdomd veel last om dat gevoel buitenspel te zetten…maar hij moest….hij wendde zijn blik even af, naar boven, naar de Heer, en dat hielp hem wonderwel om zich aan zijn plan te houden. Hij mocht niet toegeven aan die verwerpelijke gevoelens die meer en meer bezit van zijn lichaam namen.

Het plan zat tot het kleinste detail in zijn hoofd….

Ze ging zitten aan het hoofdeinde van het bed. Hij stond voor haar,  maakte zijn handen los van de hare waarna hij haastig zijn lange, bruine habijt over zijn hoofd trok. Zijn eenvoudige, witte, ouderwetse ondergoed volgde. Hij kon niet wachten…hij wilde haar….en wel nu. Hij had enkel nog zijn rood-wit gestreepte kousen aan. Verdorie, hij merkte zopas dat zijn grote teen door een gat in zijn gestreepte lievelingskousen piepte. Hopend dat zij dit niet gemerkt had trok hij de kousen vlug uit en liet ze bovenop de bruinkleurige kledingstapel vallen.

Zij keek licht geamuseerd toe, stiekem glimlachend om zijn stuntelig gedrag.

Daar stond hij, onwennig en helemaal naakt, voor de vrouw die hem zou meenemen in zonde. Want zij had hem verleid, zij was de zondaar. Ze was, net zoals Eva, de duivel in hoogsteigen persoon.

Het was allemaal begonnen toen hij onkruid stond te wieden in de tuin van de van de abdij. Zij reed met de fiets langs en de gebraden kip die ze op de markt gekocht had viel uit haar overvolle fietstas en belandde op de wegberm. Hij merkte het op en riep haar luid na. Geschrokken kneep ze de remmen dicht en haar fiets kwam piepend tot stilstand. Ze stapte van haar fiets en stopte de kip weer in haar fietstas.

Ze deed een paar stappen in zijn richting en wilde hem bedanken voor zijn opmerkzaamheid. Er volgde, tussen het hekwerk van de kloostertuin door,  een onbenullig praatje over het weer, over zijn werk in de kaasrijperij,… En meteen was de vonk overgeslagen. Hij kon haar niet meer uit zijn gedachten bannen. Er volgde meer gesprekjes, nadien stiekeme ontmoetingen….Ze groeiden meer en meer naar elkaar toe.

Hij leefde steeds meer in tweestrijd met zichzelf. Enerzijds was er zijn gelofte aan de Heer, anderzijds de onweerstaanbare aantrekkingskracht die zij uitstraalde.

Door haar schuld stond hij nu op het punt zijn gelofte aan de Heer te verbreken. Want zij had hem in verleiding gebracht met haar bijzondere ogen, haar onweerstaanbare lichaam en haar zachte stem…zij was de schuldige…

Ze nam het initiatief en trok hem zachtjes op het bed. Hij rolde zijn tengere, naakte lichaam bovenop het hare.

Ze keken elkaar in de ogen. Langzaam en met bevende handen schoof hij de spaghettibandjes van het zwarte negligé van haar schouders. Hun lippen vonden elkaar, vol overgave kuste hij haar innig en hevig op de mond, haar hals en haar borsten.  Wat voelde ze zacht aan…..

Plots bekroop hem weer het gevoel dat hij de controle aan het kwijtraken was….hij duwde haar even van zich weg.

Ze keek hem met een vragende ogen aan. Een moment van twijfel….Nee, ze mocht vooral geen argwaan krijgen…hij ging door en ze lieten zich meevoeren door de oplaaiende passie.

Hij mompelde, nauwelijks hoorbaar iets van ‘God, vergeef me’.

Het voelde zo goed. Dit had hij al die jaren gemist! Hij bewoog zijn lichaam rustig op en neer, zij kreunde zachtjes van puur genot. Haar dieper geworden ademhaling versnelde op het ritme van zijn bewegingen…

Nee, dit kon echt niet, dit kon hij niet laten gebeuren…..dit is zonde, zo werd hem dagelijks voorgehouden. Hij had zijn gelofte aan de Heer afgelegd, hij zou zijn leven enkel aan de Heer wijden…een vrouw hoorde daar niet bij.

Hij moest en zou bij zijn oorspronkelijk plan blijven, volledige trouw aan de Heer. En daarbij mocht niets hem in de weg staan, zeker geen aardse verleidingen zoals vrouwen.

Vrouwen zijn verleidingen van de ergste soort, diegene die hij niet kon weerstaan. Hij was een zwakkeling. Hij had geen controle over zichzelf. Wat zou de Heer nu van hem denken?

Hij keek haar aan. Ze lag met gesloten ogen genietend onder hem.

Even twijfelde hij maar dan bewoog hij, behoedzaam en ongemerkt, zijn rechtse hand richting nachtkastlade dewelke hij  geluidloos opende. Zoekend gleed zijn hand in de lade tot hij vond wat hij zocht. Ongemerkt nam hij het voorwerp uit de lade.

Steunend op zijn handpalmen duwde hij zijn bovenlichaam wat opwaarts zodat er meer ruimte tussen hen kwam.

Zij lag nog steeds genietend onder hem.

Dit was het geschikte moment om zijn plan ten uitvoer te brengen.

Hij bracht zijn hand met daarin de stevig geklemde kaasboor boven zijn hoofd, met de punt naar beneden gericht.

Al zijn opgekropte woede, twijfels en schuldgevoel leken bezit te nemen van zijn lichaam.

Hij ademde diep in, zijn ogen sperden zich wijd open en met volle kracht maakte hij een stekende beweging in de richting van haar hart. Hij plantte de kaasboor links naast haar borstbeen.

Er volgde een krakend geluid…. het bloed gutste langs de kaasboor uit de opening in haar borst.

Hij voelde het warme bloed ritmisch tegen zijn bovenlichaam kolken. Hij werd overspoeld door een gelukzalig gevoel. Dat moet het opperste gevoel van genot zijn….enkele seconden was  hij in de zevende hemel…

Ze hadden elkaar nog heel even aangekeken. Zij met wijd opengesperde ogen, op het laatste moment nog beseffend wat haar te wachten stond.

Tevergeefs probeerde ze zich nog te verzetten maar de bloedstroom verminderde in kracht en stilletjes gleed ze weg. Haar armen die hem de laatste seconden nog bijna smekend omklemden gleden naast haar neer op het bed.

Even later was de kamer gevuld met een ijzige stilte.

Hij stond op en keek haar aan. Neen, spijt had hij niet, het was haar eigen schuld. Ze had het verdiend. Zij was de zondares en zij moest gestraft worden.

Recht was geschied. Zijn taak was volbracht.

Hij greep de bedsprei waarmee hij haastig het levenloze lichaam bedekte. Met een zekere voldoening in zijn blik bleef hij haar nog even aanstaren. Daarna begaf hij zich op een koele, emotieloze manier naar de badkamer, nam een spons en veegde zorgvuldig de bloedsporen van zijn gezicht en zijn lichaam.

Zonder dralen graaide hij de rugzak uit de hoek van de kamer en nam er zijn netjes opgeplooide sportieve kledij uit. Hij kleedde zich aan en propte zijn bruin, met bloed besmeurd patershabijt, in de rugzak.

Voor hij de de deur achter zich dichttrok keek hij nog even de kamer in. Het was vredig stil.  Enkel de bloedplas op het bed verraadde het drama dat er had plaatsgevonden.

Taak volbracht….zo is het goed. Dat is haar verdiende loon, dacht hij.

Zacht sloot hij de kamerdeur.

Hopend dat niemand hem zou opmerken stapte hij met grote passen richting uitgang. Hij graaide zijn fiets van de gevel van het rendez-vous hotel, sprong er al lopend op en met een flinke tred in de benen reed hij weg.

Terwijl hij de stad uit fietste op zoek naar nieuwe, verre horizonten werd hij overspoeld door een gelukzalig gevoel.

Het begin van zijn missie was gemaakt: de wereld bevrijden van zondige vrouwen.

xxxxxx

Lees hier op welke manier mijn lezers mij uitgedaagd hebben tot het schrijven van dit fantasieverhaal. Omdat het moeilijk was om één specifiek woord uit de suggesties te pikken besloot ik ze allemaal in het verhaal te verweven. Ter herinnering, dit waren jullie woorden: kaasboor kreeg ik van Menck, aperitief van Mr Pannenkoek, verre horizonten van Eilish, kip van Ingrid, gestreepte sokken met gaatje in van Els, rugzak van Marion, fantasie, avondschemering van Joyce, fiets van Miss sex and the city en tot slot spons van Ingrid.

xxxxx

het bewijs

Jawel, het bewijs is weer eens geleverd dat mijn dochter en ik zeer gelijkend zijn:

img_5241

De pakjeskoerier was net de deur uit toen mijn dochter binnenviel om ons een bezoek te brengen.

Haar nieuwsgierige blik ging onmiddellijk naar het mooi ingepakte doosje op de tafel.

“Oh, een pakje?”

“Ja, voor mezelf, online gekocht.”

“Nieuwsgierig? Maak dan maar open!”

…….

“t Is ni waar hè mama…..”

“Ik heb net dezelfde!”

Mijn dochter mag dan niet mijn cupmaat hebben, ze heeft wel dezelfde goede smaak als haar moeder, zoveel is duidelijk 😉