de ezel en de teen

Met een wijdse zwaai trok ik de zware metalen buitendeur open.

Autch….ik kon nog net een spontane gil onderdrukken. Mijn voet zat volledig klem onder de deur. Potvast zat hij, geen beweging in te krijgen.

Even rondkijken…. geen hulp in de buurt….wat nu?

“Korte pijn” dacht ik bij mezelf en ik gaf een flinke duw aan de deur. Deze schoof tergend langzaam van mijn voorvoet. Een pijnscheut trok door mijn voet. Dit voelde niet goed…

“Nee Els, niet kleinzerig zijn” sprak ik mezelf bemoedigend toe. Na een paar hinkende stappen besloot ik dat het wel meeviel en ging gewoon aan het werk. Door de drukke ochtendshift dacht ik er zelfs niet aan mijn schoen uit te trekken om mijn voet even te controleren.

Ik schrok behoorlijk toen ik ’s avonds, voor ik in de douche stapte, mijn voet zag.

Ik heb mijn lesje wel geleerd: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde (s)teen!

Corona 9

Plots werd het supermarkpersoneel verheven tot de stand van de essentiële beroepen. De bevolking kwam tot het besef dat het beroep waar in goede tijden op bespaard werd eigenlijk onmisbaar is. We vonden bedankbriefjes op het prikbord in de winkels, kaartjes, bloemen aan de winkeldeur en andere blijken van waardering. En dat deed ons oprecht goed, het gaf ons moed om door te gaan.

Langs onze zijde probeerden we onze klanten maximale veiligheid te bieden. Er werden extra inspanningen van ons gevraagd: handen wassen en ontsmetten, één klant per 10m2 op de winkelvloer, winkelwagentjes ontsmetten, werk herorganiseren om afstand te kunnen bewaren, in de kantine niet meer gezellig met velen aan één tafel. Het was de geboorte van de term “sociaal winkelen”. Niet alle klanten wilden zich aanpassen aan de nieuwe regels met enkele agressieuitvallen naar het winkelpersoneel tot gevolg.

Mijn gevoel was dubbel. Enerzijds het besef dat we voor vele mensen wel belangrijk waren en anderzijds heeft het me doen twijfelen over de veiligheid van mijn job. Ik besefte dat de kans op besmetting reëel was. Stel dat ik ziek zou worden of erger nog, dat ik mijn bejaarde ouders zou besmetten omdat ik dagelijks in contact kom met tientallen mensen, waaronder mensen die het niet altijd zo nauw namen met de verplichte regels.

Maar het personeel ging gewoon door, we leken in een andere realiteit te leven. Zonder me aan te sluiten bij de complottheorieën die de ronde deden dacht ik zelfs even dat we ten gevolge van stress en dreiging van buitenaf aan een soort van groepsdenken waren overgeleverd: de ons opgelegde regels werden blindelings opgevolgd, zonder onszelf veel vragen te stellen legden we ons lot in de handen van diegenen die ons dat allemaal dicteerden. We vertrouwden op de kennis van de experten.

Waar was onze eigen mening gebleven? Wij zwegen over wat we voelden, we hadden het immers veel te druk met ons dagelijks werk. We leefden op automatische piloot. Ik heb het als een erg verwarrende en schrikaanjagende tijd ervaren. Nu begrijp ik hoe het mogelijk is om daar misbuik van te maken, wat in de geschiedenis trouwens meermaals gebeurde.

Onze werkgever gaf ons de mogelijkheid om gratis een psycholoog te contacteren. Het feit echter dat dit telefonisch moest gebeuren maakte voor mij de drempel net iets te hoog.

Die drukke verwarde maanden zijn gelukkig achter de rug, de maatregelen worden beetje bij beetje teruggeschroefd, de rust lijkt weer te keren in de winkels.

En nu is er eindelijk tijd voor vakantie. De innerlijke rust die ik daar ongetwijfeld ga vinden gaat me goed doen.

niet alle littekens zijn zichtbaar

Kinderen van de jaren zestig en zeventig hebben, behoudens enkele uitzonderingen, één ding gemeen: op hun bovenarm zie je een litteken. Dat litteken is een gevolg van de toediening van het pokkenvaccin.

Wel, aan mijn litteken hangt een verhaal vast. Mijn moeder vertelde me dat ze destijds (1965) te ver van het toenmalige ‘kinderheil’, in Leuven ook wel ‘de weeg’ genoemd, woonden en dat de verpleegster of de dokter aan huis kwam voor de opvolging van de pasgeborene. Het toedienen van de nodige vaccinaties hoorde daar uiteraard ook bij.

De vaccinatie tegen Variola of pokken werd bijgevolg toegediend door onze vaste huisarts dokter Uyttebroeck (nee, zijn voornaam was niet Piet 😉 ). De man zit in mijn herinnering als een grote, steeds net geklede man met kolenschoppen van handen waar mijn kinderhandje volledig in verdween. Hij vond zo’n lelijk litteken op de bovenarm van een meisje maar niks. Hij wist mijn moeder ervan te overtuigen om de inenting op een ander lichaamsdeel te plaatsen waar het litteken minder zichtbaar zou zijn.

Bijgevolg staat het litteken te pronken op mijn achterste.

Wat de man toen niet wist is dat tijdens mijn jeugdjaren de string haar opmars zou maken….

de jacuzzi

“Wisten jullie al dat wij een jacuzzi hebben”? vroeg de buurvrouw tijdens één van onze avondlijke voortuinpraatjes. Alsof ze haar aankoop wilde minimaliseren voegde ze er onmiddellijk aan toe: “het is maar zo’n opblaasbaar exemplaar hoor”.


“En of we dat weten…” ontsnapte bijna uit mijn mond. Gelukkig besefte ik op het laatste moment dat een goede relatie met de buren veel waard is en verving ik deze woorden door een enthousiast “goed voor jullie!” Diep in mij had ik de stille hoop dat ze deze subtiele hint zou doorzien.


Natuurlijk weet ik dat ze een jacuzzi hebben. Meer nog, ik kan precies zeggen wanneer hij in gebruik werd genomen. Vijf dagen en drie uur moet dat ondertussen zijn. Vijf avonden van ergernis. Dat luchtbelproducerende waterreservoir waar zij zo ongelooflijk van genieten maakt namelijk een hels lawaai. En bij gezellig bubbelen hoort natuurlijk muziek. Dat maakt de ergernis alleen maar erger: de volumeknop wordt flink omhoog gedraaid om het geluid van de jacuzzi te overstemmen. Weg rust op ons terras. En laat dat nu het enige zijn waar ik naar verlang als ik thuis ben. Oké, ik geef toe, een biertje hoort er ook bij.


Het duurde niet lang voor in mijn gedachten de plannen tot sabotage van dat onding vorm begonnen te krijgen.

“Ik heb in de kelder nog breinaalden liggen” suggereerde ik mijn partner. Hij vond dat ik overreageerde en dat ik het moest loslaten. Hoe hard ik ook probeerde ik kon die ergernis niet naast mij neerleggen.

De bewuste breinaald lag al een paar dagen klaar op het kastje bij de achterdeur, wachtend op het gepaste moment, toen er op een avond werd aangeklopt.

“Wie we daar hebben, de buurman, kom binnen” gebaarde mijn partner. De buurman stak zijn hoofd met de nodige coronavoorzichtigheid tussen de opengeschoven schuifpui.

“Wij hebben een probleem” zei hij zichtbaar teleurgesteld “onze jacuzzi is lek”. Ik kon het net onderdrukken maar diep in mijn binnenste juichte ik, balde een vuist en trok die triomfantelijk omlaag als teken van overwinning. Mijn partner wierp een gespannen, vragende blik in mijn richting.

Via de draadloze verbinding die we soms hebben las ik zijn gedachten. Het was alsof hij dacht dat ik… hoe kwam hij erbij?

Mijn gelaatsuitdrukking moet een toonbeeld van onschuld geweest zijn want ik merkte dat hij mij geloofde. Bijgevolg ebte de spanning die voordien van zijn gelaat af te lezen was, weg.


Mijn partner die niet alleen fietsenmaker is maar ook veel te goed voor deze wereld deed wat van hem verwacht werd: hij ging naar de kast, trok een lade open en nam er een geschikte herstelset uit.

“Dit zou moeten werken” zei hij en overhandigde deze aan onze buurman. Ik besefte dat dit moment bepalend was voor mijn innerlijke rust van de komende maanden. Smekend probeerde ik nog “nee, niet doen, doe dat alsjeblief niet…” via de draadloze verbinding naar mijn partner door te seinen. Maar het baatte niet, de verbinding bleek plots verbroken.

Even dacht ik om de plakset “per ongeluk” uit de buurman zijn handen te duwen zodat deze onvindbaar onder de kast zou belanden. Ik realiseerde me dat dit slechts uitstel zou betekenen en liet het voor wat het was.

Waar ik voor vreesde werd waarheid: de jacuzzi werd hersteld en onze buren bubbelen er sindsdien weer vrolijk op los.

Weg is de zomerrust.

Corona 8

Vanmorgen 8u, de winkeldeur van AH Wemmel wordt geopend. Met de verplichte winkelkar aan de hand stromen de eerste klanten binnen. Onder hen een oud vrouwtje dat zich richting broodafdeling begeeft.

Ik begroet haar met een knikje en een glimlach.

“Wat een brede glimlach zo vroeg in de ochtend” zegt ze.

“Ja mevrouw, als ik jou was zou ik oppassen want mijn glimlach is besmettelijk.”

Het oude vrouwtje moet er hartelijk om lachen.

“Zie je wel?” zeg ik.

“Gelijk heb je” zegt ze en voegt er meteen aan toe “dank je wel voor jouw lach”.

❤️

corona (7)

“De huid is het grootste orgaan van de mens” werd me destijds tijdens mijn opleiding verpleegkunde meegegeven door een oude, steeds boven zijn bril loensende dokter. Indien hij het toen zou gehad hebben over het voeden van je huid zou ik spontaan aan allerlei zalfjes en crèmes gedacht hebben. Dat dit orgaan nood heeft aan een andere soort voeding is me in de voorbije weken pas duidelijk geworden door het ervaren van het gemis daarvan. Huidhonger is actueler dan ooit. Bovendien vind ik het een fantastisch mooi Nederlands woord dat perfect zegt wat het betekent.

Dat ik geen knuffelmens ben is geweten. Ook andere vormen van huidcontact die anderen als weldoend ervaren ga ik niet opzoeken, professionele massage is daar een voorbeeld van.

Bijgevolg zou ik met de anderhalvemeter regel weinig moeite hebben, dacht ik vooraf. En toch ben ik geschrokken van het aantal keer dat ik in het gewone leven lichamelijk contact maak en hoe dikwijls mijn anderhalvemeter bubble doorprikt wordt. De check- check- check boodschap waarmee we willens nillens via de media geconfronteerd worden lijkt me geconditioneerd te hebben. Ik ben me veel bewuster van mijn aanrakingen en die van anderen.

In het pré- corona tijdperk deelde ik graag schouderklopjes uit aan collega’s als een soort beloning, begroeting of bevestiging. Wanneer mijn hand zich nu ergens halfweg tussen mij en de collega bevindt besef ik plots dat het niet mag en laat ik zelfcorrigerend mijn hand weer zakken. Hetzelfde heb ik wanneer ik mezelf voorstel aan een nieuwe medewerker. Spontaan reik ik de hand, het is een vorm van welkom heten. Het voelt het als een soort uitwisseling van visitekaartjes. Als ik het even vergeet reik ik in het ijle…. En blijf ik achter met het gevoel dat er iets ontbreekt.

Onze, tot het nationaal heldendom verheven Prof. Van Ranst, beweerde in een interview dat we de gewoonte om elkaars hand te schudden beter voorgoed achterwege zouden laten. Dat zal mij alvast de nodige moeite kosten. Oude gewoonten zijn moeilijk te doorbreken. Heeft de handdruk wel een waardige vervanger vraag ik me af? Ik zie me geen elleboogstootje geven bij wijze van begroeting. Voetje tik is ook maar niks. En een buiging is zo formeel en onderdanig. Iemand een idee?

Heeft de handdruk nog toekomst? Of gaan we over tien jaar zeggen: “in 2020, toen we elkaar nog de hand schudden….”?

Corona dagboek (6)

Donderdagnamiddag, 30/3 Brusselse Ring

Na een weerom drukke werkdag ben ik op weg naar huis. De Brusselse Ring ligt er onrealistisch leeg bij. “Wake me up when it’s all over” is het eerste wat mijn gedachten doorkruist. Ergens hoop ik dat dit alles slechts een droom is.

Anderzijds is dit misschien wat de mensheid nodig heeft? Ik heb me de laatste jaren enorm geërgerd aan het gebrek aan respect en verdraagzaamheid binnen onze samenleving. Nu lijken we terug met de voeten op de grond gezet. Gereset naar de basiswaarden die we, naar mijn gevoel, onderweg uit het oog verloren waren. Respect voor de natuur, respect voor elkaar, verdraagzaamheid, aandacht voor gezondheid en veiligheid, zorg voor elkaar,…

Enkele negatieve menselijke gedragingen buiten beschouwing gelaten moet ik toegeven dat ik de voorbije weken verrast was over het aantal hartverwarmende, menslievende acties dat ondernomen werd om de kwetsbare medemens te helpen. En over de inzet van iedereen, waarbij ik de mensen reken die ondanks de kans op besmetting aan het werk bleven. Dit alles maakt het leven dragelijker in deze bijzondere tijden.

Hip Hip Hoera, de goedheid in de mens is, in tegenstelling tot wat ik dacht, dan toch niet dood. Er lag enkel een stoflaagje op. En dat virus was nodig om dat stoflaagje weg te blazen.

Mijn hoop is dat de mensheid in dit geval geen kortetermijngeheugen heeft en dat deze positieve wending zich ook na de crisis zal doorzetten. Laat ons niet weer afdwalen van die belangrijke levenswaarden!